Het geluk

admin | 13/02/12 |

Regisseur Michiel Johannes Jansen was reeds lang liefhebber van de korte verhalen van de Russische schrijver Anton Tsjechov. Na in 2010 in de weilanden bij Enumatil een voorstelling met teksten van de Groningse dichter C.O. Jellema én een kudde blaarkoppen te hebben gemaakt, kreeg hij de vraag om in de Veenkoloniën een voorstelling te maken. De boerderij van de familie Sprik, gelegen langs een lintweg in het dorp Zuidwending, stal meteen zijn hart. Een kleine, oude nederzetting – voelbaar is de roemruchte geschiedenis van de Veenkoloniën – met daaromheen het indrukwekkende weidse landschap. Hier de verhalen van Tsjechov naartoe brengen, dacht Jansen, de kleine levens, het grote geluk en ongeluk, het onophoudelijk zoeken en streven.

hc20120614-geluk-0409
Veerle van Overloop en Tom Jansen in ‘Nog meer eeuwige liefde’ van Miriam Boolsen

Een andere Groningse dichter (en sinds kort P.C. Hooftprijswinnaar), Tonnus Oosterhoff, deed de makers van Het geluk de prachtige relatie tussen de Tsjechoviaanse personages en hun omgeving pas echt goed begrijpen.
In zijn essay ‘Ook de schapen dachten na’ beschrijft Oosterhoff hoe Tsjechov in zijn korte verhalen mensen als dwazen neerzet en vervolgens voor momenten zorgt waarin die dwaasheid in een nieuw, wijder perspectief komt te staan. De overpeinzingen van de personages verbinden zich met de omgevingen waarin zij verkeren, die Tsjechov uitgebreid en met aandacht beschrijft. In zijn open-luchtverhalen is er nauwelijks een conflict tussen mens en natuur. De mens is opgenomen in de wijdsheid van de steppe, is daar deel van, zegt Oosterhoff.

hc20120614-geluk-0322
Lotje van Lunteren, Daphne de Winkel en Joke Tjalsma in ‘De wending’ van Magne van den Berg

In een van Tsjechovs mooiste open-luchtverhalen Geluk, brengen twee herders de nacht door met gekeuvel over het geluk. Dat zou een schat zijn die ergens begraven ligt. Hun rusteloze zoeken naar en fantaseren over geluk wordt opgeheven door de alomtegenwoordige natuur, de zonsopkomst, drieduizend schapen die hen omringen. ‘Het korte verhaal eindigt met een beschrijving van het ochtendgrauwen en hoe de zon vervolgens weer begint te blakeren,’ zegt Oosterhoff. ‘De dieren wachten bewegingloos, hun herders verstenen in lethargie. De terloopse, maar onvergetelijke slotzin: “Ook de schapen dachten na.”

hc20120618-geluk-0069
Anne Rats, Matthias Maat en Hendrik Aerts in ‘Typisch Tsjechov’ van Aletta Becker

Misschien dat zelfs makers als publiek dat ervaren als zij uitkijken over de landerijen en luisteren naar drie nieuwe, op de verhalen van Tsjechov geïnspireerde toneelstukken: ‘De mens is maar een van de ritmes in de natuur. Wind. Schapen. Mensen zullen de wereld niet verbeteren. Geluk en verdriet waaien aan. Niet meer te hoeven zijn dan dat, een ritme in de natuur, dat is bij Tsjechow de gelukbrengende boodschap (…)’

foto’s Harry Cock

Comments Off on Het geluk