De naam

admin | 30/11/10 |

-De geluiden van Strandebarm liggen ten grondslag aan alles wat ik schrijf. De duisternis in de herfst. De twaalfjarige die langs een smal dorpsweggetje loopt. Wind, striemende regen, het fjord ruist. Een eenzaam huis waar licht door de vensters schijnt.- De Noorse schrijver Jon Fosse (1959), opgegroeid in het dorpje Strandebarm, weet aan het verschijnsel winterdepressie een toneelsfeer te ontlokken die het kan opnemen tegen de spoken die rondwaren in het werk van zijn grote landgenoot Henrik Ibsen. Dat wordt al snel voelbaar in het decor dat Michiel Johannes Jansen ontwierp voor de voorstelling in het Compagnietheater in Amsterdam: hout, glas en plavuizen, twee rechte, harde, leuningloze banken: hier kan de liefde onmogelijk gedijen.

In vele stiltes en in afgewende, op niets gerichte blikken bouwt Jacob Derwig in zijn regiedebuut –De Naam-, het tweede stuk dat Fosse schreef, rustig voort naar het volstrekt troosteloze slot, dat in het stilgezette toneelbeeld naar de lithografie – Het schreeuwen- van zijn ook al zo beroemde landgenoot Edvard Munch lijkt te verwijzen.

Hans Oranje, Dagblad Trouw, februari 2004

foto’s David Adams

Comments Off on De naam